Interview-estafette

Stakeholders in de zorg leggen elkaar drie scherpe vragen voor.

Erik Gerritsen, secretaris-generaal ministerie van VWS

1. Ik neem aan dat jij het rapport van de Taskforce Juiste Zorg op de Juiste Plek omarmt? Wat spreekt je het meeste aan?


2. Wat wil je volgend jaar bereiken maar lukt niet?


3. En wanneer benoemen jullie een patient advocate in de bestuursraad?

Gita Gallé, voorzitter Raad van Bestuur van Deventer Ziekenhuis

1. We werken volop samen met de eerste lijn. We doen onder meer een pilot COPD en een pilot met een verpleegkundig specialist in de huisartsenpraktijk. Nog wel allemaal in de pilotsfeer, we proberen op te schalen maar dat duurt wel lang, er zitten organisatorisch veel haken en ogen aan. De techniek is niet het probleem, het gaat vooral om hoe je het in een organisatie ingevoerd krijgt. De medische staf heeft overigens veel ideeën over wat er nog meer naar de eerste lijn kan.

2. We zouden graag de patiënt willen verzorgen op de juiste plek en daarna pas kijken uit welk potje dit gefinancierd wordt. Daar hebben we de gemeenten voor nodig en de zorgverzekeraar. Ze willen wel overleggen, maar dat is een lang traject. Ik ga het proberen, maar of dit volgend jaar al lukt weet ik niet. De silo’s van de bekostiging kan Den Haag misschien voor ons oplossen?


3. Nou… ik weet niet of de raad van bestuur wel de juiste plek is voor een patiënt. Wat we daar bespreken is erg breed.

Gita Gallé, voorzitter Raad van Bestuur van Deventer Ziekenhuis

1. Hebben we in het stelsel nog wel verzekeraars nodig? In deze gereguleerde markt zoeken we immers steeds meer de samenwerking.


2. Doen verzekeraars wel genoeg om de patiënt te vertegenwoordigen?

3. Wat zou jij als minister van VWS als eerste doen om het vraagstuk van betaalbare en toegankelijke zorg te tackelen?

Wout Adema, directeur Zorg bij Zorgverzekeraars Nederland

1. We hebben zeker verzekeraars nodig. Want die krijgt de volmacht om namens de verzekerde iets in te kopen. Die rol moet iemand wel vervullen. Bovendien houden we zorgverleners scherp door te stimuleren en uit te dagen om het beter te doen.

2. Ik vind van niet, dan moet nog veel meer. We kunnen bijvoorbeeld veel kritischer zijn over digitalisering: waarom hebben we toegestaan dat er zoveel verschillende leveranciers van EPD’s zijn en negen huisartsensystemen? Daar hadden we meer in kunnen sturen, ook ten behoeve van de patiënt.


3. Ik denk iets meer terugleggen bij de zeventien miljoen inwoners van Nederland. We weten allemaal dat we ouder worden. Neem daarin je eigen verantwoordelijkheid: mensen besteden veel tijd en geld aan hun loopbaan en opleiding, maar denken nog nauwelijks na over hun gezondheidscarrière. Daarin kunnen ze veel meer plannen.

Wout Adema, directeur Zorg bij Zorgverzekeraars Nederland

1. Vind jij dat je van de patiënt mag verlangen dat die zijn eigen gezondheidsdossier op orde heeft? Nu heeft de arts er veel werk aan om dit boven water te krijgen.


2. Stel dat ik een patiënt ben die alle informatie aan jou overlegt. Vertrouw je daar dan op, of laat je toch zelf alles opnieuw onderzoeken?


3. Vind je dat een dokter in de toekomst een patiënt moet stimuleren om zijn gezondheidsdossier op orde te krijgen?

Marc Seelen, Nefroloog en CMIO van het UMCG

1. Ik ben als dokter geschoold in een tijd dat alles in de status vastlag. Het is al een hele stap dat we nu organiseren dat de patiënt ook bij die gegevens kan. Ik weet niet of de patiënt de verantwoordelijkheid heeft om deze paraat te hebben, maar ik vind wel dat we de patiënt de gelegenheid moeten geven om deze informatie te krijgen èn te begrijpen.

2. Ik laat alles opnieuw onderzoeken. Want de basis van mijn opleiding is dat ik twijfel aan de waarde van de informatie die ik krijg. Ik ga zelf altijd zoeken en dieper graven. Er is nog teveel onzekerheid om te vertrouwen op informatie van een ander. Er ligt nu wel een kans om goede, nationale afspraken te maken over hoe je informatie vastlegt, zodat je die onzekerheid wegneemt. Dan zou ik die informatie wel vertrouwen.


3. Ik wil mensen daar niet toe verleiden. De relatie die ik opbouw met patiënten is essentieel.

Marc Seelen, Nefroloog en CMIO van het UMCG

1. Wat is het verschil tussen een stoel en een kruk? Op beiden kun je zitten maar de ene heeft 4 en de andere heeft 1 poot. Huh? Nee, op een stoel kun je zitten en met een kruk kun je leren lopen. Jij bent goed bezig met PGO’s en standaarden voor het vastleggen van informatie, maar als de taal en betekenis achter die taal niet op orde is, dan val je om. Hoe zorg je ervoor dat dat op orde komt?

2. Het landelijk patiëntendossier is mislukt. We hebben een nieuwe kans met de PGO, maar laten dit opnieuw aan het veld over. Wordt dat hetzelfde drama?


3. Wat doe je met leveranciers die niet mee willen?

Erik Gerritsen, secretaris-generaal ministerie van VWS

1. We vragen dat aan de mensen die er verstand van hebben. En als die er niet uitkomen, dan organiseren we een besluitvormingsmachine die het vastlegt.

2. Doorzettingsmacht is een fictie. Je kunt niemand de baas maken in een systeem waarin niemand de baas is, dus we moeten het samen doen. In maart 2016 spraken we met het hele veld af dat als je over drie jaar als ziekenhuis, apotheek of welke zorgverlener dan ook niet kunt praten met het informatiesysteem, je ‘out of business’ bent. Je kunt dan geen veilige zorg meer leveren, je krijgt geen contract van de verzekeraar en komt onder verscherpt toezicht van de inspectie.


3. Ik praat met ze, ik zet iedereen bij elkaar. En als dat niet lukt, dan zoek ik bestuurders die het voortouw willen nemen en ga daar eerst mee verder. Blijkbaar vindt men elkaar niet onderling en is VWS nodig om partijen bij elkaar te zetten. Dat doe ik dan, als systeemtherapeut.